Rb. Oost-Brabant 15 januari 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:101

Vervolg op de tussenuitspraak ECLI:NL:RBOBR:2022:4049. De zaak gaat over een omgevingsvergunning op basis van artikel 2.1, eerste lid onder e, van de Wabo. Het college heeft de gebreken hersteld en de rechtbank is van oordeel dat dit gedeeltelijk is gelukt. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit ( de omgevingsvergunning) en het herstelbesluit. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het vernietigde herstelbesluit in stand onder vervanging van de voorschriften 3.2.7 en 4.1.1 op de wijze zoals aangegeven in de einduitspraak. Volledigheidshalve merkt de rechtbank het volgende op. Artikel 4.13 van de Invoeringswet bepaalt dat, een omgevingsvergunning voor een activiteit waarop een verbodsbepaling van toepassing is als bedoeld in paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet en die onherroepelijk is, geldt als een omgevingsvergunning voor die activiteit. Een redelijke uitleg van deze wetsbepaling brengt met zich mee dat het vernietigde herstelbesluit met de vervangen voorschriften 3.2.7 en 4.1.1 geldt als een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1 tweede lid, van de Omgevingswet zodra deze uitspraak onherroepelijk is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken