Rb. Oost-Brabant 8 december 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:5711

Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Vanwege de zeer nadelige consequenties voor de rechtsbescherming van de rechtszoekende is bij de rechtbank de vraag opgekomen of nog langer moet worden aanvaard dat de rechter in een concreet geval geen maatwerk kan toepassen. Daarbij slaat de rechtbank acht op recente ontwikkelingen in het bestuursrecht ten aanzien van de toetsing van overheidsbesluiten door de bestuursrechter. In de literatuur is bepleit dat die ontwikkelingen niet aan het belastingrecht voorbij zouden moeten gaan. De rechtbank zoekt dan ook een bij deze ontwikkelingen passende en rechtvaardige balans tussen enerzijds het belang van individuele rechtsbescherming en anderzijds het belang van de overheid bij een (kosten)efficiënt en praktisch uitvoerbaar handhavingssysteem. Dit heeft geleid tot het stellen van vier prejudiciële vragen, waaronder de vraag of de kosten naheffing (als onderdeel van de naheffingsaanslag) nog altijd niet kunnen worden gezien als een strafvervolging i.d.z.v. art. 6 EVRM (vgl. ECLI:NL:HR:1995:AA3127).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken