Rb. Oost-Brabant 17 oktober 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:4987

Volgens de rechtbank heeft het college ten onrechte de aanvraag voor een omgevingsvergunning eerste fase in behandeling heeft genomen zonder dat de verplichte milieueffectrapportage was uitgevoerd. Een van de stallen is in het verleden vergund maar in gebruik genomen in afwijking van die vergunning en in strijd met de voorschriften van die vergunning. De aanvraag voor die stal moet worden beschouwd als de oprichting van een nieuwe installatie. De uitleg van het college dat de stal nu eenmaal is gebouwd en in gebruik genomen en daarmee is opgericht zou tot gevolg hebben dat vergunninghoudster door illegaal te handelen de MER-plicht zou kunnen omzeilen. Men zou dan namelijk een vergunning kunnen vragen voor een activiteit onder de MER-drempel om vervolgens een meer omvattende activiteit uit te voeren (boven de MER-drempel) en dan voor het meerdere een omgevingsvergunning te vragen voor uitbreiden (wijzigen van de activiteit) zonder de MER-drempel te overschrijden. De afwijkende bouw en het illegale gebruik van de stal kunnen daarom niet worden gezien als oprichten. De volledige stal heeft meer dierplaatsen dan de drempel in bijlage C van het Besluit m.e.r..

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken