Rb. Oost-Brabant 25 september 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:4696
De rechtbank is van oordeel dat het Uwv aan eiseres ten onrechte verplichting heeft opgelegd om het ziekengeld een extra jaar te betalen (ziekengeldsanctie). In artikel 40 van de Wfsv is namelijk duidelijk bepaald dat werkgevers en dus ook eiseres alleen eigenrisicodrager kunnen worden voor zogenoemde vangnetters zonder werkgever, zoals uitzendkrachten, oproepkrachten en andere flexibele krachten. De categorie waartoe de ex-werkneemster behoort, zijn de verzekerden die ongeschikt zijn tot het verrichten van arbeid wegens zwangerschap of bevalling. Die categorie wordt in artikel 40 van de Wfsv niet genoemd. In overeenstemming daarmee is in artikel 63a, eerste lid, tweede volzin, van de ZW bepaald dat voor de eigenrisicodrager een re-integratieverplichting geldt ten aanzien van de personen, bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, bij gebleken ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte. Ook daarin wordt de categorie van personen waaronder de ex-werkneemster valt – artikel 29, tweede lid, onder f, van de ZW – niet genoemd. De categorie waaronder de ex-werkneemster valt, is gelet op artikel 29, tweede lid, onder f, van de ZW in samenhang met artikel 29a van de ZW, de categorie van verzekerden waarbij de ongeschiktheid voor de arbeid haar oorzaak vindt in de zwangerschap. Het voorgaande betekent dat het beroep gegrond is, omdat eiseres geen eigenrisicodrager is ten aanzien van de werkneemster. Er geldt dus ook geen re-integratieverplichting voor eiseres.
De uitspraak op rechtspraak.nl