Rb. Oost-Brabant 18 september 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:4561
Veroordeling voor faillissementsfraude in drie verschillende varianten (341+343+344a Sr). Het gaat om het privé-faillissement van verdachte en om het zakelijke faillissement van de vennootschap waarvan verdachte en zijn echtgenote (indirect) bestuurder waren. Daarnaast veroordeling voor het medeplegen van belastingfraude. Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 12 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast de ontzetting van het recht tot de uitoefening van het beroep bestuurder van een rechtspersoon voor de duur van 5 jaren. Aan de curator van het zakelijke faillissement dient schade te worden vergoed, € 7.840,00. Er is sprake van hoofdelijkheid omdat ook de echtgenote van verdachte wordt veroordeeld voor faillissementsfraude. De redelijke termijn is overschreden met 1 jaar. Daarom wordt niet een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd, maar wordt een deel van de straf voorwaardelijk opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl