Rb. Oost-Brabant 8 september 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:4454

Het college heeft het verzoek van eisers om tegemoetkoming in planschade afgewezen, omdat [naam] volgens het college niet bevoegd is een verzoek om tegemoetkoming in planschade in te dienen en omdat sprake is van tijdelijk voordeel. De rechtbank komt tot de conclusie dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat [naam] eisers niet kon vertegenwoordigen bij het indienen van een verzoek om een tegemoetkoming in planschade. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich, gelet op het planologisch regime in de opeenvolgende bestemmingsplannen 1970, 2005 en 2015, wel terecht op het standpunt gesteld dat de erflaatster een tijdelijk voordeel heeft genoten in de vorm van de bestemming ‘Woondoeleinden’ over de periode van 2005-2015. Het college heeft hieraan onder verwijzing naar vaste rechtspraak van de Afdeling ook terecht de conclusie verbonden dat geen aanspraak bestaat op een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het verlies van tijdelijk voordeel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken