Rb. Oost-Brabant 2 februari 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:444

De rechtbank is van oordeel dat de verplichtingen in de rechtstreeks werkende bepalingen van de provinciale ruimtelijke verordening schadeoorzaken zijn in de zin van artikel 6.1, eerste lid van de Wro. Het betreffen de verplichting om maatregelen te treffen die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij (artikel 34 van de Verordening Ruimte 2014 en de stalderingsregeling in artikel 35 van de Verordening ruimte Noord—Brabant (ofwel de verplichting om bij een vergroting van stallen bewijs van elders gesloopte stallen te overleggen). Het college is bevoegd om hierover een besluit te nemen ook al was artikel 34 van de VR2014 verwerkt in een bestemmingsplan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken