Rb. Oost-Brabant 4 september 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:4377
Beroep op nietigheid van studiekostenbeding niet gehonoreerd. De gevolgde opleiding moet voorshands worden aangemerkt als een scholing voor het verkrijgen van een beroepskwalificatie. Werkgever is niet op grond van de wet of een cao verplicht om het verkrijgen van deze beroepskwalificatie aan te bieden. De opleiding valt dus niet onder scholing als bedoeld in artikel 7:611a lid 2 BW. Werkgever heeft werknemer voldoende geïnformeerd over de financiële gevolgen van het studiekostenbeding. De studieovereenkomst, waarvan het beding deel uitmaakt, bevat een bijlage met uitsplitsing van de opleidingskosten en in het beding zelf is een duidelijke terugbetalingsverplichting met glijdende schaal opgenomen. Non-concurrentiebeding wordt geschorst omdat het belang van werkgever bij bescherming van haar bedrijfsdebiet, gelet op het beperkt geoordeelde inbreukrisico, niet opweegt tegen het belang van werknemer om onbelemmerd gebruik te kunnen maken van zijn grondwettelijke recht op vrijheid van arbeidskeuze.
De uitspraak op rechtspraak.nl