Rb. Oost-Brabant 10 juli 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:3370

- Verwijzing door de rechtbank naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694. - Geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel. - Ter zitting hebben eisers laten weten dat [eigenaar X} aan het starten van de bouw een informatief gesprek heeft gehad met een medewerker omgevingsrecht van de frontoffice. Later hebben {X en Y] samen een tweede gesprek gehad met diezelfde medewerker. Na deze gesprekken is door de betreffende medewerker per mail concreet en zonder enig voorbehoud aangegeven dat (en waar) 150 m2 aan bijgebouwen, in dit geval een mantelzorgwoning, gerealiseerd kan worden. Daarna is ook de toezichthouder bouwen twee keer langsgekomen. Hij heeft enkel medegedeeld dat een sloopmelding moet worden gedaan en dat een vergunningaanvraag voor een inrit moet worden ingediend. Later is tussen eisers en deze toezichthouder ook nog per mail contact geweest, waarbij laatstgenoemde zijn mail afsloot met de tekst: “Alvast bedankt en succes met bouwen.” - Naar het oordeel van de rechtbank zijn de uitlatingen en gedragingen, gelet op de door eisers geschetste en door het college onweersproken gang van zaken, de aan de bouw voorafgaande gesprekken en de inhoud van de mails, aan te merken als een toezegging. Omdat sprake is van een medewerker van de afdeling omgevingsrecht en een toezichthouder bouwen, kunnen deze uitlatingen en gedragingen ook aan het college worden toegerekend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken