Rb. Oost-Brabant 3 januari 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:261
De GI legt een perspectiefbesluit voor in het kader van de geschillenregeling van artikel 1:262b BW. De rechtbank verklaart de GI ontvankelijk in haar verzoek. De rechtbank acht het van belang dat een perspectiefbesluit tijdig door een rechter kan worden getoetst, gelet op de ingrijpende gevolgen van een perspectiefbesluit op het handelen van de GI. Als een rechter pas in het kader van een verzoek tot gezagsbeëindiging mag oordelen over het perspectief, is er vaak al veel tijd verstreken waarin de GI heeft gehandeld naar haar perspectiefbesluit en wordt de rechter voor een voldongen feit geplaatst. De rechtbank bepaalt dat het perspectief van de minderjarige niet meer bij de moeder ligt en verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige.
De uitspraak op rechtspraak.nl