Rb. Oost-Brabant 11 mei 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:2154
Een revisievergunning kan pas gelijk worden gesteld met een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), als deze in werking is getreden. De omgevingsvergunning voor de bouw van de luchtwasser en het luchtkanaal bij stal 1 is nu wel verleend en in werking getreden, waarmee de revisievergunning overeenkomstig artikel 1.2a Invoeringswet Wabo in werking is getreden. Als een milieutoestemming eenmaal in werking is getreden (en deze onherroepelijk is), blijft deze milieutoestemming in werking, ook als de onderliggende vergunningen van rechtswege zijn vervallen. De V-Stacksberekeningen worden niet bestreden. Er is dus sprake van een hogere geurbelasting dan de belasting waarvan in de vergunning wordt uitgegaan. Daarom is de rechtbank van oordeel dat gewijzigde uitvoering niet in overeenstemming met de voor de inrichting verleende vergunning. Er is dus wel sprake van een overtreding van artikel 2.1 eerste lid onder e, van de Wabo en verweerders conclusie dat geen (legaliserende) vergunning op grond van artikel 2.1., eerste lid onder e, van de Wabo nodig is, is onjuist. Legalisatiemogelijkheden zijn onvoldoende onderzocht. Het gebrek is niet hersteld. Er dient een nieuw besluit te worden genomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl