Rb. Oost-Brabant 30 maart 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:1462
De rechtbank is van oordeel dat een hondenfokkerij in strijd is met de bestemming ‘Agrarische bedrijfsdoeleinden -AB-’. Het college heeft daarom de omgevingsvergunningaanvraag voor zover deze ziet op de hondenfokkerij mogen weigeren. Het college heeft zich verder op het standpunt gesteld dat hij in dit geval geen toepassing had mogen geven aan artikel 2.21 van de Wabo, omdat het niet mogelijk is om slechts een deel van een activiteit te vergunnen en omdat de aangevraagde activiteiten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De rechtbank kan het college in dit standpunt niet volgen. De aanvraag bestaat uit een hondenfokkerij en het wijzigen van de stallen 4 en 5 door het toevoegen van luchtwassers die worden gebruikt voor de varkenstak. Dit zijn op zichzelf staande activiteiten. Deze zijn niet onlosmakelijk met elkaar verbonden in de zin van artikel 2.7 van de Wabo, omdat deze fysiek van elkaar te onderscheiden zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl