Rb. Oost-Brabant 1 maart 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:922
Verzoek tot benoeming arbiter toegewezen. Er is sprake van de situatie dat niet binnen een termijn van drie maanden na aanhangig zijn van de zaak een arbiter is aangewezen. De voorzieningenrechter acht zich dan ook, op grond van het bepaalde in artikel 1027, lid 3 Rv, bevoegd om in casu een arbiter aan te wijzen. De vraag naar de geldigheid van de tussen partijen overeengekomen arbitrageregeling kan aan de orde komen bij het scheidsgerecht en uiteindelijk bij de gewone rechter en kan hier, gelet op het bepaalde in het vierde lid van artikel 1027 Rv, niet tot afwijzing van het verzoek leiden.
De uitspraak op rechtspraak.nl