Rb. Oost-Brabant 15 december 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5461
Betreft weigering van waterschap om een preventieve last onder dwangsom op te leggen voor toekomstige viswedstrijden voor het vissen met lood. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een aanvraag is bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb omdat het verzoek om handhaving onvoldoende gespecificeerd is. Ter voorlichting van partijen merkt de rechtbank op dat als tijdens viswedstrijden lood in het oppervlaktewater terecht komt, naast de sportvisser die het lood heeft geloosd, een visvereniging die de wedstrijd organiseert als overtreder kan worden aangemerkt. Als een visvereniging beschikt over een vergunning om lood te lozen, is geen sprake van een overtreding van artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet. Als een visvereniging niet beschikt over een lozingsvergunning, maar wel over een reglement waarin het gebruik van lood tijdens wedstrijden is verboden, kan op grond van artikel 5:7, eerste lid, van de Awb geen preventieve last worden opgelegd. In dat geval dreigt geen klaarblijkelijk gevaar op een overtreding omdat de visvereniging al maatregelen heeft getroffen om de lozing van lood tijdens de wedstrijden te voorkomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl