Rb. Oost-Brabant 24 november 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5159

Vervolg op de tussenuitspraak ECLI:NL:RBOBR:2022:2090. Verweerder heeft naar aanleiding van de tussenuitspraak de omgevingsvergunning gewijzigd en enkele controlevoorschriften toegevoegd. Het blijft echter onbekend wat het standpunt is van GS met betrekking tot de voorgestelde aanpassingen van het herstelbesluit. Een VVGB is in dit verband vereist omdat de natuurtoestemming is aangehaakt. In deze vvgb kan GS beschermingsmaatregelen betrekken alsmede daarbij bepalen dat aan de omgevingsvergunning de daarbij aangegeven voorschriften worden verbonden met toepassing van artikel 2.27, vierde lid, van de Wabo. Dat heeft GS om onduidelijke redenen nagelaten. Eisers vinden dat er nooit een omgevingsvergunning met vvgb kan worden verleend omdat het effect van de beschermingsmaatregelen niet op voorhand met de vereiste zekerheid vast staat. De stal met combiluchtwassers kan pas worden gebouwd na vergunningverlening. Door de controle op de uitvoering van de stal en het geven van aanwijzingen voor het plaatsen van de pH-sensoren na voltooiing van de stal en de luchtwasser, en na goedkeuring van het bevoegd gezag kan de stal pas in gebruik worden genomen. Als de stal niet in gebruik wordt genomen, zijn significante gevolgen 100% zeker uitgesloten. De rechtbank is van oordeel dat deze aanpak niet in strijd is met de PAS uitspraak. Door de aanvulling van de geluidsvoorschriften is eiseres in een nadeligere positie gekomen. Dat klopt ook niet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken