Rb. Oost-Brabant 23 november 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5116

De zaak gaat ver een revisievergunning voor een afvalverwekingsbedrijf. Bij het verlenen van deze omgevingsvergunning heeft het college beoordelingsruimte. Het college zal bij de vergunningverlening alle belangen moeten betrekken en moeten kijken of de nadelige gevolgen van de omgevingsvergunning voor omwonenden niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen. Bij de toetsing aan evenredigheid kan het college onder meer nagaan of door alternatieven of door aanvullende maatregelen of voorschriften een voldoende evenwicht wordt bereikt tussen enerzijds de belangen van het bedrijf inclusief uitbreiding en anderzijds de belangen van omwonenden en de omgeving. Een puinbreekinstallatie met meer dan 100.000 ton is niet toegelaten volgens het bestemmingsplan. Door vergunninghoudster niet in de gelegenheid te stellen tevens een aanvraag in te dienen voor het afwijken van het bestemmingsplan, heeft het college het bestreden besluit genomen in strijd met artikel 2.7 van de Wabo. In een apart besluit heeft het college de puinbreekcapaciteit naar beneden aangepast. Daarom laat de rechtbank de rechtsgevolgen in stand met aanvulling van enkele voorschriften. Onder de Omgevingswet is het bedrijf aangewezen als milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 3.5.5 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Het is niet aangewezen als een bedrijf waarvoor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit nodig is. De vergunningsvoorschriften in het bestreden besluit gelden op grond van artikel 4.13, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, als maatwerkvoorschriften, maar de beschrijving van de representatieve bedrijfssituatie in het akoestisch rapport is geen vergunningsvoorschrift. Daarom neemt de rechtbank een voorschrift op waarin is bepaald dat het bedrijf pas begint na 06:00 uur.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken