Rb. Oost-Brabant 1 november 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:4741

Vrijspraak van feit 5: mensenhandel. Niet is voldaan aan het wettelijk vereiste bewijsminimum (342 lid 2 Sv). Vrijspraak van feit 2 primair, poging tot afpersing. Veroordeling voor: feit 1 primair: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd; feit 2 subsidiair: poging tot een ander door bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen, meermalen gepleegd; feit 3: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III; en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie; feit 4 primair: opzettelijk brand stichten terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is; Opgelegd wordt: * een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van drie jaren en met bijzondere voorwaarden die dadelijk uitvoerbaar worden verklaard; * een contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel met 2 weken vervangende hechtenis bij elke overtreding; * een gebiedsverbod als vrijheidsbeperkende maatregel met 2 weken vervangende hechtenis bij elke overtreding. Ook de vrijheidsbeperkende maatregelen worden dadelijk uitvoerbaar verklaard. Aan het slachtoffer/benadeelde partij (feiten 1 primair en 2 subsidiair) dient schade te worden vergoed. Beslagbeslissingen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen