Rb. Oost-Brabant 28 oktober 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:4695

Betreft het vermoeden van rijden onder invloed van een middel waarvan de bestuurder weet of redelijkerwijs moet weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kan verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen of tot behoorlijk te begeleiden in staat moet worden geacht. Verzoekster heeft een besluit gekregen waarin een verkeerde datum en gebruikt middel werd genoemd. Dit werd met een later besluit gecorrigeerd. De voorzieningenrechter is het niet eens met verzoekster dat dit een fatale fout is. Verzoekster kon namelijk uit andere informatie afleiden om welk voorval het ging. Het proces-verbaal en de uitslag van het bloedonderzoek vormen (naar voorlopig oordeel) voldoende grondslag voor het opgelegde onderzoek. Het instellen van een rechtsmiddel schorst niet de verplichting tot het betalen van de kosten van het opgelegde onderzoek. Verzoekster was te laat met betalen en dat betekent dat het rijbewijs moet worden ingetrokken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken