Rb. Oost-Brabant 28 oktober 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:4694

De rechtbank komt niet tot een bewezenverklaring van uitbuiting als bedoeld in artikel 273f lid 1 van het Wetboek van Strafrecht en spreekt verdachte vrij. De arbeidsomstandigheden waarin de medewerkers bij het bedrijf werkten, waren slecht en maatschappelijk onaanvaardbaar. De werkgever is in zijn algemeenheid tekort geschoten in het scheppen van een fatsoenlijk en veilig werkklimaat. Er kan echter niet worden vastgesteld dat sprake is geweest van het oogmerk van uitbuiting of een uitbuitingssituatie. Dat sprake was van zeer slecht werkgeverschap is niet voldoende om het oogmerk van uitbuiting te kunnen vaststellen. Op basis van het dossier kan de rechtbank niet vaststellen dat vaker dan incidenteel sprake was van extreem lange werkdagen. Daarnaast is onvoldoende duidelijk dat de (werk)omstandigheden zeer slecht waren. Ook is onvoldoende gebleken dat de werknemers in omstandigheden zijn gebracht of gehouden, waarin zij geen andere keuze hadden dan zich te laten exploiteren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen