Rb. Oost-Brabant 28 oktober 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:4691
De rechtbank vindt bewezen dat verdachte zich met een ander meermalen schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift, door het opmaken en laten opmaken van valse arbeidsovereenkomsten en salarisstroken. De rechtbank legt een taakstraf op van 150 uren subsidiair 75 dagen hechtenis, rekening houdend met een overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank komt niet tot een bewezenverklaring van uitbuiting als bedoeld in artikel 273f lid 1 van het Wetboek van Strafrecht en spreekt verdachte vrij van de ten laste gelegde mensenhandel.
De uitspraak op rechtspraak.nl