Rb. Oost-Brabant 13 oktober 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:4491
Kort geding. Executiegeschil. Vordering in kort geding op grond van artikel 438 Rv tot schorsing van een arbitraal eindvonnis waartegen een procedure tot vernietiging en herroeping is ingesteld. Summier onderzoek naar de mate van waarschijnlijkheid waarmee te verwachten is dat in de bodemzaak het arbitraal vonnis vernietigd dan wel herroepen zal worden op één of meer van de in artikel 1065 lid 1 Rv limitatief opgesomde gronden voor vernietiging of 1068 lid 1 Rv limitatief opgesomde gronden voor herroeping. Gronden voor herroeping zijn te summier onderbouwd. Gronden voor vernietiging slagen evenmin. Het arbitraal vonnis is voldoende met redenen omkleed. Voor het overige zijn slechts blote stellingen ingenomen, zonder deze in de dagvaarding of ter zitting voldoende concreet te onderbouwen, of op voldoende concrete wijze een beroep te doen op processtukken die de stellingen kunnen onderbouwen. Belangenafweging leidt evenmin tot schorsing van de executie.
De uitspraak op rechtspraak.nl