Rb. Oost-Brabant 9 augustus 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:3433
Moeder is niet-ontvankelijk in haar primaire en haar subsidiaire verzoek in de zin van artikel 1:262b BW, omdat de rechtbank van oordeel is dat de geschillen die de moeder wil voorleggen vallen onder gedragingen van de GI jegens de moeder in de zin van artikel 4.2.1. van de Jeugdwet. Dit betekent dat de geschillenregeling van artikel 1:262b BW niet open staat.
De uitspraak op rechtspraak.nl