Rb. Oost-Brabant 10 mei 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:1959
Kort geding ex art. 254 Rv. Ontslag op staande voet statutair bestuurder. Werkgever heeft het bestaan van een dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW niet, althans onvoldoende onderbouwd. Aannemelijk is dat in een bodemprocedure komt vast te staan dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven, daarom is er ruimte voor toekenning van een gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en een voorschot op een billijke vergoeding. Voor bepaling van de omvang daarvan wordt tevens vastgesteld welk salaris als uitgangspunt moet worden genomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl