Rb. Oost-Brabant 5 april 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:1398
Kort geding. Vordering op grond van artikel 3:270, lid 4 BW. Nu zowel eiser (beslaglegger) als de hypotheekhouder beiden gemotiveerd aanspraak maken op (een deel van) de executie opbrengst en niet op voorhand kan worden gezegd dat de stellingen van eiser geen enkele kans van slagen hebben, ziet de voorzieningenrechter aanleiding te bepalen dat de notaris de executieopbrengst niet aan de hypotheekhouder overeenkomstig zijn verklaring uitkeert, alvorens daarover in een rangregeling procedure is beslist.
De uitspraak op rechtspraak.nl