Rb. Oost-Brabant 6 april 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:1247
Het gaat in deze zaak om de vraag of Rabobank in de periode vanaf 18 maart 2015 tot en met 8 april 2015 op de door Rabobank ontvangen pinbetalingen verband houdende met de aan haar verpande winkelvoorraad met voorrang mag verhalen doordat zij haar vordering op Geddes Retail heeft verrekend met die bijschrijvingen. Volgens de curator staat artikel 54 Fw daaraan in de weg. Rabobank bepleit dat ze daar wel toe bevoegd was. De rechtbank verwerpt het betoog van Rabobank.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 30 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1710
- HR 23 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2189
- HR 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3106
- HR 14 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:319
- HR 19 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3137
- HR 23 april 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2940
- HR 17 februari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1641
- HR 8 juli 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC0457