Rb. Oost-Brabant 4 april 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:1232

Besluit tot vaststelling van de wegenlegger van de gemeente Eersel Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant heeft een wegenlegger van de gemeente Eersel uit 2005 ingetrokken en een nieuwe vastgesteld. In de oude wegenlegger was onder meer vastgelegd dat De Wetering een openbare weg is behalve dat deel dat over het perceel van eiser loopt. In de nieuwe wegenlegger is vastgelegd dat de weg De Wetering in zijn geheel openbaar is. Eiser betwist dat het deel van De Wetering dat over zijn perceel loopt weg openbaar is geworden. De rechtbank heeft allereerst geoordeeld dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat het deel van De Wetering dat over het perceel van eiser loopt door de gemeente vanaf 1998 tien achtereenvolgende jaren is onderhouden. Omdat verder dat deel van de weg vanaf 1998 voor eenieder toegankelijk is, wordt daarmee voor dat weggedeelte voldaan aan artikel 4, eerste lid, aanhef en onder II, van de Wegenwet. De rechtbank heeft vervolgens beoordeeld of in dit geval artikel 4, eerste lid, aanhef en onder II, van de Wegenwet uitzondering lijdt, omdat binnen de periode van tien jaar vanaf 1998, gedurende een tijdvak van ten minste een jaar duidelijk ter plaatse is kenbaar gemaakt, dat de weg slechts ter bede voor een ieder toegankelijk is (artikel 4, tweede lid, van de Wegenwet). De rechtbank oordeelt allereerst dat op het erf van eiser borden “eigen weg” in ieder geval van 2007 tot en met 2013 hebben gestaan waarmee voor de gemiddelde weggebruiker duidelijk is dat die borden betrekking hebben op het deel van De Wetering dat over eisers erf loopt. Dat betekent dat het deel van De Wetering dat over eisers erf loopt niet openbaar is. Verder heeft de rechtbank als volgt geoordeeld. Sinds 2014 en 2015 staan twee borden “eigen weg” nabij de perceelsgrenzen van eiser. De noordelijke perceelsgrens van eiser lijkt nog (iets) noordelijker te liggen ten opzichte van de noordelijke erfgrens. De zuidelijke perceelsgrens van eiser ligt duidelijk zuidelijker ten opzichte van de zuidelijke erfgrens. Omdat deze borden meer dan tien jaar na 1998 zijn aangebracht geldt voor de delen van De Wetering die gelegen zijn buiten de erfgrenzen tot aan de delen van De Wetering die al in de wegenlegger van 2005 als openbaar zijn aangemerkt de uitzondering van artikel 4, tweede lid, van de Wegenwet daarom niet. Dat betekent dat De Wetering, met uitzondering van het deel dat over het erf loopt, openbaar is. Het college moet met inachtneming van de uitspraak binnen zes weken een nieuw besluit nemen. Hierbij moet het college ermee rekening houden dat het deel van De Wetering dat over het erf van eiser loopt niet openbaar is en vaststellen (en (laten) intekenen) wat de erfgrenzen zijn. De tekening lijkt hiervoor handvatten te bieden. Buiten de erfgrenzen is De Wetering wel een openbare weg.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken