Rb. Oost-Brabant 14 december 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:6468

Veroordeling voor: feit 1: overtreding van het bepaalde bij artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan door een rechtspersoon feit 2 : aan haar schuld de dood van een ander te wijten zijn, begaan door een rechtspersoon. Toedracht: het slachtoffer was bezig met snijbrandwerkzaamheden aan een liftkooi die ter hoogte van de zesde verdieping hing van een gebouw op de bouw-/slooplocatie te Maastricht. In de liftschacht-Oost, waarin de liftkooi hing, ontbraken vrijwel alle onderdelen die normaal gesproken in een liftschacht aanwezig zijn, zoals de geleiderails, het contragewicht en de kabels. De liftkooi was geborgd met een vanginstallatie, een soort noodrem die de liftkooi beschermt tegen vallen. Om de liftkooi te slopen, heeft het slachtoffer, terwijl hij in de liftkooi stond, eerst de linkervang met een snijbrander weggesneden en vervolgens de rechtervang. Nadat de rechtervang was weggesneden, is de liftkooi vanaf de zesde verdieping circa 35 meter naar beneden gevallen. Het slachtoffer bevond zich op dat moment nog in de liftkooi. Hij is ter plaatse aan zijn verwondingen overleden. Opgelegde straf: een geldboete van € 75.000,- waarvan € 25.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Aan de nabestaande dient schadevergoeding te worden betaald (uitvaartkosten), EUR € 8.462,35.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen