Rb. Oost-Brabant 7 december 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:6369
Aan derde-partij is een omgevingsvergunning verleend voor afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het huisvesten van arbeidsmigranten in een groepsaccommodatie. Gelet op de bestemmingsplanbepalingen ia een groepsaccommodatie geen geurgevoelig object in de zin van de Wet geurhinder en veehouderij. Als de groepsaccommodatie het hele jaar wordt gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten dan zijn deze gebouwen geurgevoelige objecten en daarmee een mogelijke belemmering voor omliggende veehouderijen. Verweerder heeft daaraan bij het toepassen van de hardheidsclausule van de ‘Aanvulling op de gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Venray’ geen rekening mee gehouden en niet gemotiveerd waarom ondanks de overschrijding van de toepasselijk geurnorm van 14 Ou sprake is van een goed woon-en leefklimaat. Het beroep gegrond. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen en daarbij de belangen van eisers en derde-partij moeten wegen.
De uitspraak op rechtspraak.nl