Rb. Oost-Brabant 25 november 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:6137
Gedaagde woont in een woonboerderij, die behoort tot een nalatenschap. Eisers maken deel uit van de erfgenamen, en vorderen (onder andere) ontruiming van de woonboerderij door gedaagde. Exeptio plurium litis consortium, naast eisers zijn er nog 14 erfgenamen. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een ondeelbare rechtsverhouding en stelt eisers in de gelegenheid alle erfgenamen in de procedure te betrekken. Vervolgens moet de vraag beantwoord worden of er sprake is van een huurovereenkomst. Die vraag wordt bevestigend beantwoord. Gedaagde komt toch geen huurbescherming toe omdat de kantonrechter de huurovereenkomst aanmerkt als een die naar haar aard van korte duur was.
De uitspraak op rechtspraak.nl