Rb. Oost-Brabant 6 september 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:4723
Verdachte heeft deelgenomen aan een criminele (drugs-)organisatie die werd gekenmerkt door het familiaire karakter. Hoewel verdachte niet de leider van de organisatie was, heeft hij ten aanzien van bepaalde strafbare feiten een min of meer zelfstandige en leidinggevende rol gehad. Verdachte is zelf specifiek betrokken geweest bij de import van 315 kilogram cocaïne (voorbereidingshandelingen), de verwerking van MDMA en/of metamfetamine, de voorbereidingshandelingen met betrekking tot een drugslaboratorium en de productie van amfetamine daarin. Daarnaast zijn bij de aanhouding van verdachte een vuurwapen, verdovende middelen en een autobusje met chemicaliën aangetroffen, kennelijk bestemd voor de productie van synthetische drugs. Aan verdachte is een gevangenisstraf opgelegd van 9 jaren, met aftrek van het voorarrest. Formele verweren: de verdediging heeft (onder andere) betoogd dat de zich in het dossier bevindende Encrochat-berichten niet voor het bewijs mogen worden gebezigd. Dit verweer wordt verworpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl