Rb. Oost-Brabant 12 augustus 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:4266

Veroordeling voor: feit 1 primair: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak feit 2 primair: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen feit 3: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen feit 4: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd feit 5: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking feit 6 primair: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen feit 7: een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een ontuchtige handeling, waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken, in bezit hebben. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een stoffelijk overschot, beschadiging van het graf, beschadiging van de muur van een kerk, diefstal van meerdere urnen die waren gevuld met de asresten van overledenen, het tezamen en in vereniging plegen van diefstal van kruizen van graven op een begraafplaats, het opengraven van een graf en het bezit van dierenpornografische afbeeldingen. Verdachte wordt verminderd toerekeningsvatbaar geacht. Opgelegd wordt: - een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 251 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met daarbij gestelde algemene en bijzondere voorwaarden, onder meer een ambulante behandeling bij een forensische polikliniek); - een taakstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis. Aan benadeelde partijen dient schade te worden vergoed.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen