Rb. Oost-Brabant 28 juli 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:3991
Indicatie ogv de Wlz. Welk zorgprofiel is het best passend? De rechtbank overweegt dat er onvoldoende aanknopingspunten bestaan voor het oordeel dat verweerder ten onrechte het zorgprofiel VG 06 voor eiser heeft geïndiceerd. In de beschikbare medische informatie, waaronder het rapport met betrekking tot de proefplaatsing bij Prisma, wordt de bij eiser sterk aanwezige gedragsstoornis niet volledig bevestigd. Weliswaar zijn deze gedragsproblemen waargenomen tijdens zijn huidige verblijf in een GGZ-setting, maar verweerder stelt terecht dat uit de proefopname bij Prisma is gebleken dat wanneer eiser wordt opgenomen in een andere, prikkelarme, omgeving met ruimtes waarin hij zich kan terugtrekken wanneer hij dat wil, de (ernstige) gedragsproblemen naar de achtergrond verdwijnen. Ook de onvoorspelbaarheid en oncontroleerbaarheid neemt dan af. Verweerder stelt zich om die reden terecht op het standpunt dat zorgprofiel VG 06 onder die omstandigheden voor eiser het best passend is. Het standpunt van eiser dat zorgprofiel VG 07 het meest passend voor hem zou zijn slaagt niet, omdat hij daarbij ten onrechte uitgaat van de gedragsproblemen zoals deze zich manifesteren wanneer hij in een voor hem niet passende setting verblijft. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser op dit moment verblijft in een GGZ-setting welke setting niet goed bij hem past, waardoor er nu sprake is van zeer ernstige gedragsproblemen. Maar niet is gezegd dat hij deze problemen óók in de bij hem passende setting met zorgprofiel VG 06 ervaart. In zoverre heeft eiser zijn standpunt onvoldoende onderbouwd dat in zijn geval specifieke begeleiding noodzakelijk is als beschreven bij het zorgprofiel VG 07. De rechtbank betrekt hierbij dat ook eiser zich in beroep op het standpunt heeft gesteld dat het voorstelbaar is dat eiser in de juiste sector qua zorgbehoefte waarschijnlijk zal voldoen aan zorgprofiel VG 06.
De uitspraak op rechtspraak.nl