Rb. Oost-Brabant 8 juli 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:3250
Een omgevingsvergunning (milieu) voor het oprichten en in werking hebben van een stal bij een intensieve veehouderij wordt ingetrokken vanwege ontoelaatbare gevolgen voor het milieu (2.33 lid 1 d van de Wabo) en omdat er gedurende drie jaar geen gebruik van is gemaakt (2.33 lid 2 a van de Wabo). . Bij realisatie van de stal zullen ontoelaatbare gevolgen voor het milieu optreden. Er zal dan sprake zijn van een ontoelaatbaar hoge geurbelasting op de woning van de derde-partij. Ook als de geurreductiefactor uit de RGV voor de wijziging van juli 2018 zou worden toegepast wordt de maximale bandbreedte die in artikel 6 van de Wgv wordt geboden, ruimschoots overschreden. Bovendien heeft verweerder de ontoelaatbaar hoge fijn stof emissie en de hieruit voortvloeiende gevolgen voor de woning van de derde-partij op 25 meter afstand van de gevel van stal 7 bij het standpunt kunnen betrekken.
De uitspraak op rechtspraak.nl