Rb. Oost-Brabant 13 april 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:1659
Vaststellingsovereenkomst (vso) en vertrouwensbeginsel. De rechtbank is van oordeel dat de uitlatingen en gedragingen aan de staatssecretaris toegerekend kunnen worden. Dat de Directeur Douane niet bevoegd bleek te zijn een vso te sluiten, kan niet aan eiser worden toegerekend, met name niet omdat de Directeur Douane er zelf ook vanuit ging dat hij bevoegd was. Dat kort na het door eiser ondertekenen van de vso werd medegedeeld dat een ander bevoegd was en dat diegene de vso uiteindelijk niet tekende, maakt dat niet anders. Hoewel de rechtbank het belang van voldoende douanepersoneel in zijn algemeenheid erkent, kunnen in dit geval geen concrete bedreigde belangen van enige betekenis aangewezen worden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl