Rb. Oost-Brabant 31 maart 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:1466
WAO. Terugbetaling teveel genoten uitkering i.v.m. verrekende vergoeding als gemeenteraadslid. Eiser vindt dat verdragsrecht, de Grondwet en de Gemeentewet aan de terugvordering in de weg staan. Verder vindt hij dat sprake is van een fiscaal belaste vergoeding en geen inkomsten uit arbeid, zodat een te maken uurloonvergelijking op nul uitkomt en er dus geen sprake is van een te verrekenen inkomsten. Ook voert eiser aan dat zijn vergoeding als raadslid feitelijk geheel opgaat als onkosten, zodat die vergoeding in zijn geval als onkostenvergoeding moet worden aangemerkt die op grond van vaste rechtspraak niet tot het te verrekening inkomen mag worden gerekend. Tot slot stelt eiser dat er sprake is van een onredelijke uitkomst zodat van terugvordering moet worden afgezien. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stellingen. Uit vaste rechtspraak volgt dat de vergoeding van een gemeenteraadslid inkomen is en moet worden verrekend met de WAO-uitkering. Eiser heeft wel gesteld maar niet onderbouwd dat deze vergoeding in zijn geheel opgaat aan onkosten en om die reden niet tot het inkomen mag worden gerekend. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl