Rb. Oost-Brabant 25 februari 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:1066
Wvggz. Zorgmachtiging. Betrokkene heeft een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd gekregen als bedoeld in artikel 14a Sr. Op grond van 9.1 lid 2 Wvggz verblijft zij daarom – formeel gezien – vrijwillig in de accommodatie. De advocaat heeft gevraagd om desondanks opnemen in een accommodatie aan de zorgmachtiging toe te voegen. De officier van justitie heeft het verzoek overeenkomstig aangepast. De rechtbank is van oordeel dat het mogelijk is om opnemen in een accommodatie toe te wijzen, ook al verblijft betrokkene formeel gezien vrijwillig in de accommodatie. In geval van een terugval in alcoholgebruik moet betrokkene kortdurend verplicht opgenomen kunnen worden om het ernstig nadeel af te wenden. Als dit op grond van de zorgmachtiging niet mogelijk zou zijn, zou de officier van justitie de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van betrokkene kunnen vorderen. Dit acht de rechtbank echter niet in het belang van betrokkene, omdat hierdoor haar behandeling onderbroken zou worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl