Rb. Oost-Brabant 16 september 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:6956
Tussenvonnis waarin vervroegde onteigening wordt uitgesproken. Procedure wordt gevoerd tegen verweerder zelf en niet tegen gevolmachtigde (artikel 20 Ow). Niet uitdrukkelijk gebleken dat aan artikel 18 lid 4 Ow is voldaan. Voor zover de derde-belanghebbende (hypotheekhouder) niet is gedagvaard dient dit alsnog te geschieden. De Kroon heeft in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat de percelen dienen te worden onteigend. Er is voldoende serieus onderhandeld. Voorschot wordt gebaseerd op het primaire aanbod. Geen aanknopingspunt om een aftrek te berekenen voor (mogelijke) bodemverontreiniging.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 3 Onteigeningswet
- Artikel 17 Onteigeningswet
- Artikel 18 Onteigeningswet
- Artikel 20 Onteigeningswet
- Artikel 23 Onteigeningswet
- Artikel 27 Onteigeningswet
- Artikel 36 Onteigeningswet
- Artikel 54a Onteigeningswet
- Artikel 54i Onteigeningswet
- Artikel 54j Onteigeningswet
- Artikel 78 Onteigeningswet
- Artikel 79 Onteigeningswet