Rb. Oost-Brabant 2 december 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:5985
De zaak gaat over een vergunning voor een wijziging van een groot bedrijf in een dorpskern. Volgens verweerder gaat het om een milieuneutrale wijziging. Volgens vaste rechtspraak moet worden bezien of er niet meer of andere milieugevolgen zijn ten opzichte van de reeds vergunde situatie. Als bij de berekening van de eerder vergunde milieubelasting echter een fout is gemaakt en deze vergunde milieubelasting hoger uitvalt dan gedacht, dan zal verweerder de fout moeten corrigeren bij het beoordelen van de milieugevolgen van de aangevraagde wijziging. Anders stoten en aanvrager zich twee keer aan dezelfde steen. Als de milieubelasting als gevolg van de aangevraagde wijziging, na correctie van de berekening, vervolgens hoger is dan de milieubelasting die in de voorschriften is toegestaan, dan is géén sprake van een milieuneutrale wijziging. Het bestreden besluit brengt wijzigingen aan in onderdelen van de inrichting. De rechtbank is van oordeel dat verweerder hiervoor geen vergunning kan verlenen met toepassing van artikel 3.10, derde lid van de Wabo als vaststaat dat de inrichting niet meer kan voldoen aan de grenswaarden die zijn vergund in 2012 en 2015. Dat zou leiden tot een verkapte weigering. In de uitspraak oordeelt de rechtbank verder dat een exclusieve loskade geen haveninstallatie is in de zin van het Besluit mer. De rechtbank beschouwt het rekenmodel voor het berekenen van de geluidsbelasting niet als een op de zaak betrekking hebbend stuk of inlichting en ziet daarom geen aanleiding om de StAB dan wel vergunninghoudster te verzoeken dit softwarebestand ter beschikking aan eisers te stellen. De StAB biedt inzage in het model o het kantoor van de StAB en geeft in het advies precies aan welke wijzigingen de StAB zelf heeft aangebracht in het model. Ook dit model hoeft niet ter beschikking te worden gesteld aan eisers. De rechtbank vindt dit niet in strijd met het recht op een eerlijk proces in artikel 6 EVRM.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2706
- ABRvS 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:205
- HR 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:672
- ABRvS 27 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3566
- ABRvS 18 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2832
- Hof Den Haag 10 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2766
- ABRvS 10 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1817