Rb. Oost-Brabant 23 november 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:5778

Veroordeling voor: T.a.v. feit 1:het medeplegen van opzettelijk waren verkopen, te koop aanbieden, afleveren of uitdelen, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgende, meermalen gepleegd. T.a.v. feit 2:het medeplegen van een overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 8c van de Warenwet, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd. T.a.v. feit 3:het medeplegen van een overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 4 van de Warenwet, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd. Verdachte en de medeverdachten hebben gedurende enkele maanden grote hoeveelheden vlees te koop aangeboden, verkocht en afgeleverd dat (potentieel) schadelijk was voor het leven of de gezondheid. Daarnaast zijn bepalingen van de Warenwet overtreden. Opgelegd wordt: mbt feit 1: een taakstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren; mbt feit 2: een geldboete van EUR 500,- subsidiair 10 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren; mbt feit 3: een geldboete van EUR 500,- subsidiair 10 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Overschrijding redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen