Rb. Oost-Brabant 5 februari 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:575

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich samen met een ander heeft schuldig gemaakt aan grootschalige productie van synthetische drugs, aan het voorhanden hebben van MDMA, en aan voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet. De rechtbank veroordeelt verdachte hiervoor tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van voorarrest. De rechtbank gelast tevens de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Nu vanaf de inwerkingtreding van de Wet USB geen hoger beroep meer open staat tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf wegens overtreding van de algemene voorwaarde "geen nieuw strafbaar feit plegen" adviseert de rechtbank de Minister om deze beslissing niet ten uitvoer te leggen voordat het vonnis in de hoofdzaak onherroepelijk is geworden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen