Rb. Oost-Brabant 17 november 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:5713

In de tussenuitspraak over een vergunning voor uitbreiding van de grondwateronttrekking door Refresco heeft GS getoetst aan het beleid zoals dat gold ten tijde van de aanvraag en niet aan het beleid ten tijde van vergunningverlening. De rechtbank heeft toen GS de gelegenheid geboden dit gebrek te herstellen. In de einduitspraak oordeelt de rechtbank dat GS hier niet in zijn geslaagd. GS laat als bijzondere omstandigheid meewegen dat de totale feitelijke jaarlijkse onttrekking in Noord-Brabant lager ligt dan de totale vergunde onttrekking. Volgens het geldende beleid is de feitelijke onttrekking echter geen relevant aspect meer. Het is ook niet zeker dat de vergunde ruimte voor onttrekking niet gebruikt zal worden. Dat dat in het verleden niet is gebeurd, ziet de rechtbank niet als garantie voor de toekomst. De rechtbank sluit niet uit dat er nog meer droge zomers komen. Deze zekerheid kan in de toekomst worden verkregen door vergunningen voor grondwateronttrekking in te trekken, voor zover deze niet volledig worden benut, maar dat heeft verweerder nog niet gedaan. GS heeft het gebrek niet hersteld. Daarom vernietigt de rechtbank de verleende vergunning.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken