Rb. Oost-Brabant 4 november 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:5364
BsGW huurde een pand van een (naam bedrijf 2). Omdat deze zelf het pand wilde gebruiken, is de huur opgezegd en moest BsGW op zoek naar nieuwe huisvesting. Uiteindelijk heeft BsGW voor het [C] als nieuwe huisvesting gekozen. [eiser] , eigenaar van de [A] , vindt dat BsGW en haar directeur [gedaagde 2] in het keuzeproces de [A] geen eerlijke kans gegeven hebben, en onder één hoedje met [B] , de nieuwe eigenaar van het [C] , en haar directeur [D] hebben gespeeld. Hij vindt dat ze daardoor onrechtmatig hebben gehandeld, en vordert een schadevergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl