Rb. Oost-Brabant 18 september 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:4492
Eiser woont in een gebied met veel intensieve veehouderijen. Hij verzet zich daarom tegen de uitbreiding van de pluimveehouderij van de derde-partij. De rechtbank is echter van oordeel dat verweerder de omgevingsvergunning heeft verleend binnen het geldende wettelijke kader. Er zijn op dit moment onvoldoende aanwijzingen dat dit wettelijk kader de gezondheid van eiser onvoldoende beschermt. Het is de rechtbank ook niet bekend dat het coronavirus van pluimvee op mensen kan worden overgedragen. De rechtbank vindt het dus nu nog te vroeg voor het oordeel dat er een verband bestaat tussen een verhoogde kwetsbaarheid voor het coronavirus en een hoge fijn stofconcentratie vanwege een individuele veehouderij. Overigens was het coronavirus nog niet in Nederland vastgesteld toen de omgevingsvergunning werd verleend, zodat verweerder hier ook geen verwijt valt te maken. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl