Rb. Oost-Brabant 22 juli 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:3630

Aansprakelijkheid voor gevaarlijke stof. De verkoper van een stof die gebruikt wordt voor de fabricage van foam voor matrassen, heeft gewaarschuwd voor een mogelijke te hoge concentratie van een gevaarlijk bestanddeel in die stof. Een matrassenverkoper, die foam heeft gekocht van een fabrikant van foam, heeft in verband met die waarschuwing maatregelen getroffen en spreekt de verkoper van de stof tot schadevergoeding aan uit hoofde van de artikelen 6:175 en 6:184 BW. De rechtbank oordeelt dat verkoper van de verondersteld gevaarlijke stof niet kan worden aangemerkt als gebruiker als bedoeld in 6:175 BW. Er is ook geen aansprakelijkheid omdat het gevaar zich niet heeft verwezenlijkt: er bleek na onderzoek geen sprake te zijn van een gevaarlijke, te hoge concentratie van de stof. Artikel 6:184 BW schept geen aansprakelijkheid maar ziet enkel op schade die voor vergoeding in aanmerking komt als aansprakelijkheid op grond van 6:175 BW bestaat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen