Rb. Oost-Brabant 16 juni 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:3050
Ontbindingsverzoek wn o.g.v. 671c lid 2 sub b BW is toegewezen vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. Geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten wg; langdurige schorsing wn, maar geen ongefundeerde beschuldigingen door wg of een situatie dat wn lange tijd aan zijn lot is overgelaten. Verzoeken wn tot betaling billijke vergoeding en transitievergoeding zijn afgewezen. Door wn verzochte commissie is ook afgewezen: betreft geen variabel bestanddeel van zijn loon. Verzoek uitbetaling niet genoten vakantiedagen is deels toegewezen (wettelijke vakantiedagen zijn deels vervallen o.g.v. art. 7:640a BW, wg heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat wn nog recht heeft op uitbetaling van niet genoten bovenwettelijke vakantiedagen). Door wg geformuleerde geboden in zelfstandig tegenverzoek zijn afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 100 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:96 BW6
- Artikel 7:625 BW7
- Artikel 7:628 BW7
- Artikel 7:629 BW7
- Artikel 7:634 BW7
- Artikel 7:640a BW7
- Artikel 7:641 BW7
- Artikel 7:642 BW7
- Artikel 7:653 BW7
- Artikel 7:671c BW7
- Artikel 7:673 BW7
- Artikel 7:677 BW7
- Artikel 7:686a BW7
- Artikel 21 EEX
- Artikel 26 EEX