Rb. Oost-Brabant 22 mei 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:2808
Incasso. In de echtscheidingsprocedure van eiseres is gedaagde door het hof benoemd als deskundige voor de waardering van de onderneming van de ex-echtgenoot van eiseres. De rechtbank heeft in eerste aanleg geoordeeld dat gedaagde daarbij een fout heeft gemaakt en dat hij aansprakelijk is voor de schade die eiseres daardoor heeft geleden. De rechtbank heeft gedaagde veroordeeld tot betaling van een bedrag aan schadevergoeding. Eiseres meent echter recht te hebben op een hoger bedrag en vordert in dit kort geding alvast een voorschot op de schadevergoeding die zij in de bodemprocedure in hoger beroep van gedaagde vordert. De voorzieningenrechter wijst op de afstemmingsregel en oordeelt binnen dat kader dat eiseres haar vordering onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Er is geen sprake van een kennelijke misslag in het vonnis van de rechtbank. Ook is er onvoldoende spoedeisend belang en speelt er een onaanvaardbaar restitutierisico.
De uitspraak op rechtspraak.nl