Rb. Oost-Brabant 6 mei 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:2620

Bodemzaak; intellectuele eigendom; merkenrecht. In deze zaak speelt de vraag naar de nietigheid van een merkinschrijving op grond van artikel 2.2bis BVIE. De rechtbank oordeelt dat de inschrijving te kwader trouw is ingediend. Gedaagde wist of behoorde te weten dat eiseres een soortgelijk teken gebruikte. Er is geen sprake van voor-voorgebruik door gedaagde. Het teken van eiseres en het gedeponeerde merk van gedaagde vertonen dermate onbeduidende verschillen, dat ze aan de aandacht van een gemiddelde consument kunnen ontsnappen. Ook is er bij gedaagde het oogmerk om eiseres te beletten het teken verder te gebruiken. Proceskosten conform het liquidatietarief, omdat in deze zaak de inbreukvraag niet speelt en artikel 1019h Rv daarom toepassing mist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken