Rb. Oost-Brabant 6 maart 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:1371

De rechtbank veroordeelt verdachte voor 4 zedendelicten (poging tot verkrachting en 3x feitelijke aanranding van de eerbaarheid) tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden met aftrek van voorarrest waarvan een deel, groot 8 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met bijzondere voorwaarden. De rechtbank spreekt verdachte vrij van de overige tenlastegelegde zeden feiten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen