Rb. Oost-Brabant 7 januari 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:10
Hier is vergunning verleend voor de wijziging van een pluimveebedrijf met het oog op de verscherpte provinciale emissie-eisen in Noord-Brabant. De buurman (een paardenhouderij met boerderijcamping) wil dat er nog verdergaande technieken worden toegepast ter vermindering van geurhinder en de uitstoot van fijnstof en endotoxinen. Het bedrijf bevat een IPPC installatie en moet voldoen aan de BBT conclusies over intensieve veehouderij van 2017. De rechtbank is van oordeel dat wordt voldaan aan de nieuwe BBT conclusies voor wat betreft de emissie van fijn stof en endotoxinen omdat wordt voldaan aan het Besluit huisvesting. De uitstoot van endotoxinen neemt bovendien af. Voor de buurman gelden geen geurnormen. De BBT conclusies bepalen echter ook dat bij situaties waar geurhinder wordt verwacht, een geurbeheersplan wordt gemaakt en dat er meer wordt gemonitord. Ook al wordt voldaan aan de Wet geurhinder, verweerder had beter moeten motiveren waarom in deze situatie geen geurhinder wordt verwacht (en waarom hij heeft afgezien van een verplichting tot het opstellen van een geurbeheersplan). Daar krijgt verweerder nog een kans voor.
De uitspraak op rechtspraak.nl