Rb. Oost-Brabant 15 februari 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:880

Door de slachterij van verdachte is de verwerking van paarden niet geregistreerd, terwijl ook op de facturen en pakbonnen niet stond vermeld dat het geleverde vleesproduct paardenvlees (kon) bevatte(n). De klanten gingen er vanuit dat de geleverde producten overeenkomstig hun bestelling alleen rundvlees bevatte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan feitelijk leidinggeven aan: (mede)plegen van valsheid in geschrift, het gebruik maken van valse geschriften, overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 6.2 eerste lid Wet Dieren, telkens begaan door een rechtspersoon. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 324 dagen met aftrek van het voorarrest waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Bij de strafoplegging is onder meer rekening gehouden met overschrijding van de redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken